Gillen om Geld?

Subsidies aan musea, orkesten en theatergezelschappen, lage BTW tarieven op toegangskaarten en aanvullende WW voorzieningen voor kunstenaars. Er is veel geld nodig om onze cultuur in stand te houden en blijkbaar nog veel meer om dit verder te ontwikkelen.

Een van de meest geruchtmakende acties - in de letterlijke zin van het woord – tegen door het Kabinet Rutte aangekondigde maatregelen was wel de zogenaamde “Schreeuw om Cultuur”, wat feitelijk niets meer was dan een “Gil om Geld”. Dat onze cultuur niet volledig zonder subsidie behouden kan blijven is een feit.

Uitgaven aan het beheer en behoud van ons cultureel erfgoed, onze bibliotheken en het Nationaal Archief worden dan ook ontzien. Maar waarom zou degene die van onze cultuur geniet door het bezoeken van een museum of theater daar niet aan meebetalen.

Het is overigens de vraag of zware subsidiëring de ontwikkeling van cultuur in positieve zin bevorderd. De mooiste ontwikkelingen van onze cultuur vonden plaats in moeilijke tijden waarin tegenwerking door de gevestigde orde of zelfs vervolging van kunstenaars aan de orde van de dag waren. Vondel of Rembrandt hebben zeker nooit een cent subsidie ontvangen.  Waarom zou een kunstenaar ook meer rechten hebben dan anderen? De Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) geeft kunstenaars alle ruimte om tot 125% van het bijstandniveau bij te verdienen zonder sollicitatieverplichting. Andere bijstandsgerechtigden worden voor elke bijverdienste gekort en hebben daarnaast een voortdurende sollicitatieplicht. Een (beginnend) kunstenaar die met een kunstcarrière start doet dit naast een reguliere baan en voorziet zo in zijn eigen onderhoud, in plaats van deze hobby te laten subsidiëren. Net als veel beginnend ondernemers doen.

De meest besproken bezuinigingsmaatregel is waarschijnlijk de BTW verhoging op de kunst. Het tentoonstellen van cultureel erfgoed is niets meer dan een dienstverlening, net als het opvoeren van een toneelstuk of het vertonen van een bioscoopfilm. Logisch dus om ook hier, net als bij andere dienstverlenende activiteiten, een BTW tarief van 19% te berekenen. De consequentie daarvan is  dat een bezoek aan een museum in het vervolg geen 15,- maar 16,84 kost en een bioscoopkaartje van 7,50 nog geen euro duurder zal worden. In de afgelopen jaren zijn deze vormen van tijdsbesteding minder in kosten gestegen dan die van het dagelijks leven. De echte cultuurliefhebber zal zich door deze verhoging niet laten weerhouden. Als dat wel zo is dan zal er een afstemming van aanbod op de vraag van de markt moeten plaatsvinden zoals we zien in de inmiddels succesvolle musicalindustrie in Nederland.

Cultuur is niet te koop. Cultuur zit in de mens en komt uit het individu. Schreeuw niet om cultuur of om geld maar draag eraan bij of maak er deel van uit. Geniet ervan in een museum of theater of verkoop je creaties. Onze cultuur is in de loop der jaren ontstaan en evolueert zichzelf. Het mooie van cultuur is dat het slechts ten dele beïnvloedbaar is. Juist door moeilijke omstandigheden komt cultuur onverwachts tot  bloei. Maar dan wel voor een prijs inclusief 19% BTW.

Marco C.C. Goedknegt
Oostdorpseweg 60
Poortugaal